Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1536

Datum uitspraak2006-02-09
Datum gepubliceerd2006-02-13
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers295658 CV 05-3491
Statusgepubliceerd
SectorSector kanton


Indicatie

kantonzaak. vordering tot betaling wegens niet ingeleverde, gehuurde studieboeken. verplichting van huurder (meerderjarige student) om aan verhuurder nieuw adres mee te delen


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD sector kanton – locatie Deventer zaaknr.: 295658 CV 05-3491 datum : 9 februari 2006 Vonnis in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DIJK STUDIEBOEKEN B.V., h.o.d.n. VAN DIJK’S BOEKHUIS, gevestigd te Kampen, eisende partij, gemachtigde P. Jansen, gerechtsdeurwaarder te 7500 AB Enschede, postbus 82, tegen [GEDAAGDE PARTIJ], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, gemachtigde dhr. B.F. Alberts, 7423 DW Deventer, Zwaluwenburg 61. De procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - de dagvaarding - het antwoord van de gedaagde partij - de nadere toelichting van de eisende partij, waarna de gedaagde partij niet meer heeft gereageerd. Het geschil Eiseres vordert betaling van een factuur inzake door haar aan gedaagde verhuurde studieboeken. Gedaagde heeft de vordering bij antwoord betwist, doch heeft op de conclusie van repliek niet meer gereageerd, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld. De beoordeling 1. Eiseres baseert haar vordering op een huurovereenkomst tussen partijen betreffende studieboeken voor het cursusjaar 2003/2004. Op die overeenkomst zijn volgens haar van toepassing haar algemene voorwaarden. De door haar aan gedaagde verhuurde boeken zijn door gedaagde niet geretourneerd aan het einde van de huurperiode, zodat vervolgens - conform de overeenkomst - de waarde van die boeken, onder aftrek van de oorspronkelijk berekende huur, aan hem in rekening is gebracht. 2. Bij antwoord heeft gedaagde het volgende, kort samengevat, aangevoerd. Zijn ouders plachten steeds al zijn studiekosten te betalen, en dat had eiseres kunnen weten. Zijn ouders hebben echter geen factuur gekregen. Ook hijzelf heeft geen factuur of aanmaningen ontvangen. Hij is in de bewuste periode wel tweemaal verhuisd. 3. Bij repliek heeft eiseres nog het volgende, ook kort samengevat, toegelicht. Zij heeft afschrift van de door gedaagde ondertekende overeenkomst overgelegd. Zij acht gedaagde verantwoordelijk voor het niet doorgeven van zijn nieuwe woonadres(sen). Blijkens de door de deurwaarder ingewonnen informatie zijn zes van de zeven aanmaningen van haar gemachtigde naar het juiste adres gezonden. 4. Het verweer van gedaagde wordt gepasseerd. De overeenkomst is door gedaagde zelf ondertekend. Gedaagde was ten tijde van die ondertekening meerderjarig. Zonder toelichting, die ontbreekt, is onduidelijk op welke wijze eiseres bekend had moeten zijn met de omstandigheid dat de ouders van gedaagde gewoon waren al zijn studiekosten te betalen. Zelfs als dat anders was, neemt dat de eigen verantwoordelijkheid van gedaagde, en wel om ervoor zorg te dragen dat facturen in verband met studiekosten in dat geval bij zijn ouders terechtkomen, niet weg. Wie verhuist dient ervoor zorg te dragen dat enerzijds die verhuizing in voldoende mate bekend wordt gemaakt aan relaties (vooral aan die relaties met wie zakelijke contacten doorlopen, zoals met eiseres), en anderzijds dat (juist met het oog op niet geïnformeerde relaties) doorzending van de post (of het periodiek ophalen ervan) gedurende een passende periode na de verhuizing is zeker gesteld. Het gaat niet aan dat gedaagde zijn eigen tekortschieten in dat verband zonder meer op eiseres tracht te verhalen. 5. De vordering is mitsdien toewijsbaar. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en vertragingsrente die, overigens niet betwist, ook ambtshalve niet ongegrond voorkomen. 6. Gedaagde wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beslissing De kantonrechter: - veroordeelt gedaagde tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 131,71, vermeerderd met de contractuele rente ad 1% per maand over € 87,51 vanaf de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening; - veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op: ? € 60,00 voor salaris gemachtigde ? € 71,93 voor explootkosten ? € 90,00 voor vastrecht; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 9 februari 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.